Het taalmodel

Software die tekst maakt op basis van patronen die zij heeft geleerd. Zonder koppelingen geeft zij alleen tekst terug en voert zij niets uit.

De agent

Het taalmodel plus software die uitvoert, blokkeert of eerst ter goedkeuring voorlegt wat het model vraagt, met hulpmiddelen en toegang tot bijvoorbeeld mail, agenda of boekhouding. Die toegang heeft iemand gegeven, vaak onbewust.

De organisatie

De mensen, regels en controles rond een of meer agents: wie wat mag, wie dat gaf, hoe ver het gaat, en wie meekijkt.

  1. 1

    Wat kan het lezen?

    Mail, documenten, klantgegevens, de boekhouding. Wat het leest, kan het doorgeven, en tekst van buiten kan het als opdracht opvatten.

  2. 2

    Wat kan het doen?

    Geeft het alleen een antwoord, of kan het ook berichten versturen, boeken, wijzigen of betalen? Die mogelijkheden bepalen wat er mis kan gaan.

  3. 3

    Wie moet vooraf akkoord geven?

    Welke handelingen wachten op het akkoord van een mens, wie die mens is, en welke stappen het systeem zelf kiest zonder dat iemand meekijkt. In een workflow heeft een mens de route vooraf uitgetekend; een agent kiest de route zelf.

Een taalmodel schrijft tekst. Een AI-agent kan handelen. Welke grenzen hij heeft, beslist een mens. Een agent kan verantwoordelijk zijn voor de uitvoering; wijs voor iedere uitkomst één mens aan die eindverantwoordelijk is.